Creatie of evolutie door Gerrit van der Steen

In de dertiger jaren van de vorige eeuw heeft opa Gerrit van der Steen (1880-1961) een lezing gegeven over de schepping. Een zorgvuldig doordachte voordracht waar stellig een stevige discussie uit voortgekomen moet zijn. Zeer de moeite waard om hier kennis van te nemen: 


                                            
                                               Opa Gerrit en oma Sophie.

(I) Is er wel één Bijbelverhaal dat zoo van alle zijden is besproken als het scheppingsverhaal. Van alle zijden is dit verhaal aangevallen, bespot en bestreden. Alle wetenschappelijke apparaten zijn in stelling gebracht om de onhoudbaarheid en onwaarschijnlijkheid er van aan te toonen. Allerlei theorieën zijn opgesteld om het scheppingsverhaal te vervangen; men ging daarbij zoover dat meeningen werden verkondigd, waarvoor een geloof werd vereist grooter dan gevraagd wordt voor het meegedeelde in Genesis, andere geleerden volgden en toonden de onhoudbaarheid en het onlogische in vorige stellingen aan, om weer geloof te vragen voor weer andere theorieën, die ook ten doel hadden het Genesis verhaal ongeloofwaardig te maken.

(II) Een van de redenen van dit streven is misschien ook wel het feit, dat het scheppingsverhaal zich niet leent om proefondervindelijk bewezen te worden; geen getuigen waren aanwezig; het herhaalt zich niet; en de mensch aangelegd op het aanschouwen wil altijd het onbegrepene, het onverklaarbare brengen binnen de kring van het begrijpen. Het scheppingsverhaal is echter een geloofsstuk rustend op de door ons gegeven openbaring. De Algemene Chr. Geloofsbelijdenis vangt dan ook aan met het "Ik geloof in God den Vader schepper van hemel en aarde.” Hierover spreken ons de eerste Bijbelwoorden in het majestueuze: "In den beginne schiep God de hemel en de aarde”.

(III) Iemand heeft eens gezegd: "Al wisten wij van de Gods openbaring niets anders dan deze woorden dan zou het meer dan voldoende zijn om er ons leven lang over te peinzen." Immers: "Scheppen” en "in den beginne” zijn reeds twee zaken waar wij ten volle niet mee klaar komen. Wat is scheppen? Het is een almachtige daad Gods waardoor hij zijn eeuwig raadsbesluit verwerkelijkt; het is het tot aanzijn roepen van datgene wat er niet was, zonder andere oorzaak dan de wil van den Schepper. Gij hebt alle dingen geschapen en door Uw wil zijn zij en zijn zij geschapen, Openb. 4:11. Hij spreekt en het is er. Hij gebiedt en het staat er, Ps. 33:9. Zo lezen wij gedurig in het scheppingsverhaal "en God zeide”.

(IV) Het spreken Gods, het door zijn wil verwerkelijken van Zijn raadsbesluit is het scheppen Gods. In zekere zin is dus de uitvoering van Gods raadsplan en schepping, herschepping en voleindiging een grote scheppingsdaad Gods. Wij zijn echter gewoon onder de schepping alleen te verstaan het allereerste ontstaan der dingen en niet het bestaan en voortbestaan ervan. (In deze zin is ook het onderwerp van deze avond bedoeld.) Uit het bovenstaande vloeit voort dat de vaak gebruikte omschrijving van "scheppen is iets uit niets voortbrengen” niet geheel de zaak weergeeft.

(V) Uit niets komt nimmer iets, aan al het "iets” ligt Gods soevereine wil ten grondslag. Ook in het scheppingsverhaal lezen wij niet van "iets uit niets” maar wel "de aarde brenge voort” en "dat de wateren overvloediglijk voortbrenge”. Met het "iets uit niets” wil men dan ook niet ontkennen het "uit Hem zijn alle dingen” maar kiest men partij tegen hen die de gansche kosmosverschijning in ontstaan en bestaan willen vastleggen in een ongebroken reeks van oorzaken en gevolg en het zijn der dingen alleen beschouwen als een ontwikkelingsproces "de evolutieleer" die dan eindigt in het materialistisch begrip van een oer- substantie of in het pantheïstisch begrip van de verwerkelijking van het goddelijke.

Genealogie Van der Steen, verhalen en stambomen, leren uit het verleden.

Terug naar Verhalen.